Attention: open in a new window. PDFPrintE-mail

\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n
\r\n

De carterontluchting is nodig omdat ook de beste zuigerveren de ruimte tussen zuigers en cilinderwand niet perfect kunnen afdichten tegen verbrandingsgassen die onder hoge druk staan. De verbrandingsgassen die hierlangs ontsnappen, worden opgevangen door het carter, waar ze zich mengen met oliedampen. Hierdoor ontstaat een dusdanig hoge druk, dat er een carterontluchting nodig is. Deze zorgt ervoor dat de olie in het carter blijft en niet overal naar buiten geperst wordt.

\r\n

Aan de bovenkant van de carterontluchting bevindt zich het overdrukventiel. Dit ventiel staat normaalgesproken open zodat de carterdampen kunnen ontsnappen en naar de aanzuigbuis worden gevoerd. Het ventiel sluit zich als de onderdruk in de aanzuigbuis groter wordt dan 0.7 bar. Dit om te voorkomen dat er olie wordt aangezogen. Tussen carter en overdrukventiel bevindt zich nog een vocht/olie-afscheider om zoveel mogelijk oliedeeltjes uit de gassen te filteren.

\r\n
\r\n
\r\n
\r\n

Verstopte carterontluchting

\r\n

Als de druk in het carter toch te groot is geworden doordat de carterontluchting verstopt is geraakt, dan zal door de grote druk de olie als eerste uit de zwakste punten worden gedrukt: bij de oliepeilstok en eventueel bij de olievuldop. Dat is natuurlijk direct te zien en vervangen of reinigen van de carterontluchting is dan de enige oplossing. Als ook de krukaskeerring is gaan lekken, is een grotere reparatie noodzakelijk.

\r\n

Het komt weleens voor dat een carterontluchting dichtvriest en op die manier verstopt raakt. Dit gebeurt vaak als er veel korte stukken gereden worden en er daarom relatief veel water in de olie aanwezig is. Bij korte ritten krijgt het water geen kans om te verdampen (olietemperatuur blijft beneden de 60 graden) en blijft onder andere achter in de vocht/olie-afscheider van de carterontluchting. Bij koud weer kan het dan voorkomen dat de afscheider dichtvriest en de oliedruk in het carter zo hoog wordt, dat alle olie eruit gedrukt wordt met in het uiterste geval zelfs een drooglopende motor.

\r\n

In de loop van de tijd kan de water/olie-afscheider ook zonder te bevriezen verstopt raken, doordat olie- en vochtdeeltjes steeds langer blijven hangen in het zeefje, niet weer terugzakken in het carter en in de afscheider uiteindelijk een wittige slijm vormen en de boel verstoppen. Ook dan kan de carterdruk te hoog worden en kan er olielekkage optreden bij peilstok, olievuldop of keerringen. Reinig dan niet alleen direct de afscheider, maar ook alle slangen. Hier wordt niet altijd aan gedacht. Vergeet ook de slang die van het kleppendeksel naar de carterontluchting loopt niet te controleren. Als er ooit al eens olie in de aanzuigbuis terecht is gekomen door een defecte carterontluchting, dan zit er vaak buiten de slang van de carterontluchting ook aangekoekte olie in de aanzuigbuis, gaskleppenhuis met onderdrukpijpjes, kleppendekselontluchting en inlaatspruitstuk.

\r\n

De oplossing is om bij vrieskou de carterontluchting goed in de gaten te houden, en zo nu en dan langere ritten te maken zodat de olie goed warm wordt en het water kan verdampen. Desnoods de gehele carterontluchting inclusief afscheider demonteren en goed schoonmaken.

\r\n

Onderdruktest

\r\n

Bij een draaiende motor is er altijd een onderdruk aanwezig, deze onderdruk zorgt ervoor dat de verbrandingsgassen die zich in de carter en onder het kleppendeksel bevinden, teruggezogen worden de motor in. Bij een goed werkende carterontluchting is deze onderdruk te testen. Dit gaat als volgt:

\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n
\r\n
    \r\n
  • Bij een draaiende motor voorzichtig de olievuldop los halen: de motor zou dan slechter moeten gaan lopen of zelfs afslaan, omdat de onderdruk weggenomen wordt en er valse lucht wordt aangezogen.
  • \r\n
\r\n
\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n
\r\n
    \r\n
  • Bij een draaiende motor de oliepeilstok voorzichtig eruit trekken: ook dan zou de motor slechter moeten gaan lopen of zelfs afslaan, omdat de onderdruk dan daar wordt weggenomen.
  • \r\n
\r\n
\r\n\r\n\r\n\r\n
\r\n

Gaat de motor in beide gevallen niet slechter lopen, dan is de onderdruk dus afwezig. Dit komt meestal door een lekke carterontluchting. Vooral de rubberen slangen worden vaak door de invloed van olie met de jaren poreus. De slangen zuigen dan valse lucht aan. Dit is valse lucht omdat deze lucht wordt aangezogen na de luchthoeveelheidsmeter, het punt waar het volume van de aangezogen lucht voor de regelaar wordt bepaald. De motor zuigt dus meer lucht aan dan de regelaar "weet". De motor zal slechter gaan lopen omdat de regelaar het mengsel bepaalt op basis van de bekende hoeveelheid aangezogen lucht.

\r\n

Defect overdrukventiel zorgt voor olie in aanzuigbuis

\r\n

Als het overdrukventiel niet sluit sluit door een defect, kan het voorkomen dat er olie naar boven de aanzuigbuis in gezogen wordt. Op de lange duur vervuilt de olie dan ook het gasklephuis. De auto zal dan ook gaan roken doordat er olie verbrand wordt. Er zit dan niets anders op dan het overdrukventiel te vervangen. Dit is gemakkelijk te doen. Haal de slangen aan beide kanten van het overdrukventiel los en vervang het ventiel. Let ook daarbij goed op of de slangen niet poreus beginnen te worden en vervang die zonodig tegelijk. Reinig ook de gehele aanzuigbuis van luchtfilterhuis tot aan het gasklephuis.

\r\n